maandag 19 december 2016
De (onbewuste) vermakelijkheid van LinkedIn
donderdag 24 november 2016
Baby vs. puppy
Het zal jullie vast niet ontgaan zijn dat wij binnenkort een puppy
krijgen.
En daar heb ik me toch een partij zin in!
Maar het is ook een beetje spannend. Persoonlijk vind ik het net zo spannend als dat je graag een kind wil
maar het toch eng vindt om met de pil te stoppen omdat je dan dus
zwanger kunt worden en het dan heel reëel wordt en je dan een kindje
krijgt dat echt van jou is, en waar jij de verantwoordelijkheid over
krijgt. Zo'n kindje moet dan opgevoed worden en dat wil je goed doen, ik
tenminste wel. En dat geldt dus ook voor een hond. Die moet je ook opvoeden.
En ik wil dat goed doen. Ik wil ons nieuwe vriendje niet 'verzauwen'. Dus ik heb al een aantal boeken en sites
doorgespit en belangrijke zaken op papier gezet. Ook voor de kids zodat
ook zij weten wat wel en niet mag.
Het lijkt voor sommige misschien een rare vergelijking: je kind met een hond vergelijken. Maar dat is het naar mijn idee niet. Het zijn allebei levende wezens die deel uitmaken van je gezin en een opvoeding nodig hebben.
Net zoals Iza ons eerste kindje was en we dus niet wisten wat voor
impact dat zou hebben op ons leven is Blues onze eerste hond. Maar het eerste begin met een hond is toch wat andere koek dan het eerste begin met een baby:
* Een hond zoek je uit. Je zoekt een goede fokker en checkt of hij voldoet aan jouw specifieke voorwaarden en dan is het afwachten. Voordat je je pup na 8 weken daadwerkelijk voor het eerst mee naar huis krijgt heb je 'm al een paar keer gezien en vastgehad. Je baby zie je pas voor het eerst na 9 maanden en nadat je voor je gevoel een marathon gelopen hebt om 'm op de wereld gezet te krijgen. Oké, tegenwoordig met 3D en zelfs 4D echo's is het uiterlijk van je hummel niet meer helemaal een geheim.
* Bij een baby krijg je de eerste dagen hulp van een expert (de
kraamverzorgster) en als die er 's nachts niet is dan kan dat best wel
een drama zijn. Zij leert je de kneepjes van het 'vak'. Nu we de hond
krijgen heb ik niet te maken met knips, scheuren, hechtingen,
regeldagen, kraamtranen enzo dus dat maakt het in ieder geval al makkelijker om rationeel na te denken als zich iets voordoet
* Bij een baby krijg je een paar weken verlof waarin je je helemaal op je baby kunt richten. In Nederland krijg je geen puppyverlof. In Engeland wel trouwens.
* In een kind kan ik me verplaatsen. Ik was er tenslotte zelf vroeger
ook één. Wat er in de kop van een hond omgaat dat weet alleen Cesar
Milan. Maar zijn boeken zijn doodvermoeiend om te lezen. Althans. Zijn puppyopvoedboek.
* Een kind kan op een gegeven moment zeggen wat 'm dwars zit, wat hij
wil of waar hij blij over is. Of als hij weggelopen is vertellen hoe hij
heet aan diegene die 'm rond ziet dwalen en aanspreekt. Oké, je kunt
voor een hond een of ander halsbandje of penning kopen met z'n naam en
adres erop. En oh ja je hebt tegenwoordig Facebook waarop mensen een
foto van een verdwaalde hond plaatsen of waarop je zelf een foto kunt
plaatsen als je hond er tussenuit is gepiept.
* Het opvoeden van een hond lijkt nóg consequenter te moeten als het
opvoeden van een kind. Althans, als je een hond wil die andere mensen
(lees: mensen die niet van honden houden) niet irriteert of angst
aanjaagt. Zeker met het 'merk' hond dat Blues is. Sommige mensen vinden
een Engelse Stafford bij voorbaat al eng. Dat is echter nergens voor
nodig. Ook dat is natuurlijk een verschil: er zijn weinig kinderen die
andere mensen angst aanjagen. Irriteren kunnen ze natuurlijk wel, die
(kleine) kinderen.
* Het opvoeden van een hond begint meteen. Bij een kind begint dat pas na een paar maanden.
* Dat een hond opvoeding nodig heeft en dat je consequent met 'm om moet gaan dat weten veel mensen niet. Als je niet wil dat een hond tegen je opspringt moet je 'm negeren (wist ik ook niet). Als je nooit een hond hebt gehad weet je dat misschien niet, ook al is dat best logisch. Mensen die bij jou op visite komen of jou tegenkomen met je hond benaderen je hond misschien onbewust 'verkeerd'. Maar eigenlijk kan dat met je baby ook gebeuren bedenk ik me nu. Je hebt van die mensen die boven een wandelwagen gaan hangen en keihard gaan lopen te kirren tegen een baby die nèt in slaap probeer te vallen. Of die je kind volproppen met snoep terwijl jij vindt dat ze die dag al genoeg zoetigheid hebben gehad.
* Onze kinderen worden door 2 mensen opgevoed. En hun rang in de 'roedel' (bekeken door de ogen van een hond, ik zei toch dat ik me heb in heb gelezen ;-)) is gelijk. De hond heeft de laagste rangorde in de roedel en daardoor dus in ons geval 4 opvoeders. Er moeten dus 4 mensen op 1 lijn zitten wat betreft die opvoeding. Vandaar dus het inlezen :-)
* Voor het opvoeden van Blues gaan we op cursus. Voor het opvoeden van kinderen bestaan geen standaardcursussen. Eigenlijk best raar. Maar voor beide geldt dan denk ik dat diegene die het het hardst nodig (lijken te) hebben gaan toch niet.
* Wat bij beide gelijk is, is dat er altijd mensen zijn die het beter weten. Daar heb ik dan in ieder geval al ervaring mee. Al reageer ik daar volgens mij nog altijd verkeerd op :-/
Nou. Ik hoop voor Blues dat hij weet waar hij aan begint door bij ons
terecht te komen :-)
dinsdag 1 november 2016
Digitale asocialerigheid
‘Urk, 15 december 1990’
en je daarna je brief begon met een degelijke aanhef:
‘Hallo Truus’
of
‘Geachte mevrouw Koekenpeer’
zo laten we tegenwoordig met het sturen van een appje er geen gras over groeien:
‘Kan ik vanavond even je mondharmonica komen lenen? Die van mij is stuk’.
Dat je al tikkend met je dikke worstvingers op die kleine stomme toetsjes van je telefoon helemaal geen zin hebt in een aanhef, inleiding en slotconclusie van je appje is logisch. Daar zit waarschijnlijk ook niemand op te wachten. Maar een simpele begroeting:
‘Hoi!’
voor je met de deur in huis valt is toch eigenlijk niet teveel gevraagd?
Maar niet alleen als we appen vergeten we onze fatsoensnormen. Ook als we zakelijk corresponderen vergeten we vaak om iemand even te begroeten en netjes af te sluiten.
Antwoorden op e-mails die alleen maar bestaan uit:
‘Oké’
zijn aan de orde van de dag. Als je gelukt hebt gebruikt de afzender een automatische
e-mailhandtekening zodat het mailtje in ieder geval nog een nette afsluiting heeft.
Ook hierbij vraag ik me af of het echt te vermoeiend is om even:
‘Hallo Truus’
erboven te typen. Maar je hebt een punt:
‘Hallo Truus,
Oké.
Met vriendelijke groet,
drs. M.U.T.S. Gompelman
Junior Process Development Business Manager’
ziet er een beetje vreemd uit. Maar met een beetje typediploma en dus in de mogelijkheid om met 10 vingers blind te typen kun je toch in een paar seconden je bevestiging makkelijk wat meer cachet geven:
‘Hallo Truus,
Oké. We zullen de mondharmonica vandaag nog naar je terugsturen.
Met vriendelijke groet,
drs. M.U.T.S. Gompelman
Junior Process Development Business Manager’
Voorafgaand aan deze vraag kun je je ook nog afvragen waar het formele:
‘Geachte mevrouw Koekenpeer’
gebleven is. Die vraag is denk ik makkelijk te beantwoorden. Veel mensen zitten niet te wachten op zo’n formele begroeting. We je- en jij-en elkaar tegenwoordig graag om alles laagdrempelig te maken. En toch merk je ook bij bedrijven of instanties waar men toch nog graag heeft dat er formeel gecorrespondeerd wordt je van die ‘oké’-mails terugkrijgt. Dan kun je dus net zo goed al van begin af aan je- en jij-en lijkt mij.
En dan hebben we het nog niet gehad over de ondertekening in zakelijke e-mails.
Wie heeft bedacht dat:
'groetjes'
geoorloofd is in zakelijke correspondentie?! Ik vind dat er echt niet uitzien.
'Groeten'
kan wat mij betreft prima als je een beetje laagdrempelig en je- en jij-erig wil doen. Maar:
'groetjes'
Nee. Dat nooit.
Maar wat gaan we hier met z’n allen aan doen? Of vinden jullie dit allemaal prima? Ik probeer er in ieder geval op te letten dat mijn appjes een beetje gezellig beginnen:
‘Ha ’
zaterdag 8 oktober 2016
Prietpraat 54
Beautycase
Evi vindt de 'bloétiéjkids' die ik meeneem op vakantie, tof.
Nickelodeon
Evi kijkt naar 'Mikkelodeum'
Klinkt als
Evi vult met Nico het Zweedse raadsel in, in het kindervakantieboekje van de 'Kampioen'. 'Vrouwtjesezel', leest Nico. Evi denkt na: 'Geit?'
Sneller
We staan op vakantie bij een kruispunt en zijn op weg naar de Feldsee. Het bordje naar links geeft aan dat het nog 0,8 km wandelen is. Een bordje voor fietsers dat rechtdoor wijst, laat zien dat het nog 0,2 km is naar de Feldsee terwijl je 'm bij lange na nog niet ziet liggen. 'Huh?! Wie ken det via det fietsbordje no korter zien?', zeg ik. 'Det kump ömdes-se met de fiets sjneller bös', antwoordt Evi heel logisch.
Mop
Evi vertelt een mop: 'Er rijden 2 auto's over de weg. 'Zie je die streep?' zegt de een tegen de ander. 'Nee', zegt die ander, 'ik ben scheel'. Als reactie blijven Nico, Iza en ik stil. 'Sjnap ge ö-m neet?', vraagt Evi verbaasd.
Homo
Iza, Evi en ik kijken tv. We stemmen de tv af op RTL4 want Iza en Evi willen Superkids kijken. We vallen in het einde van de herhaling van de laatste aflevering van GTST vóór de zomerstop. Lucas Sanders loopt op een gegeven moment binnen en zoent met een meid. Ik kijk zelden GTST maar ik weet wel dat Lucas op mannen valt. Dus ik vraag me hardop af waarom hij met een meid kust want 'dae is toch homo?!'. 'Mesjién is det maedje ouch waal homo', oppert Evi.
Duimige hoofdpijn
Evi als haar duim helemaal koud is van het vasthouden van het Calippo-ijsje: 'Aoh, miene doém haet zon koppién'.
Vegen
Iza's klas doet mee aan het project KERNgezond. De eerste van de vier morgens vindt plaats in het gemeenschapshuis in het dorp. De kinderen moeten een eigen waterzuiveringsinstallatie maken. Met een bekertje moeten ze naar voren lopen om o.a. zand te halen. De meid die dit gedeelte begeleidt waarschuwt al etend van haar appel: 'Doen jullie wel voorzichtig en kijken jullie uit dat jullie niet knoeien? We zijn hier te gast en ik heb geen zin om straks te 'kéren'.
Verkoper
Er komt iemand 'kruutje' aan de deur verkopen voor één of andere vereniging. 'Waoröm kup dae det as dae det toch neet heuf?', vraagt Evi als we een pot hebben gekocht en de verkoper weg is.
Dat is irritant
Evi is met de Lego aan het bouwen als er op een gegeven moment iets niet lukt: 'Roah! Heej waer ich èch irritant van!'
maandag 26 september 2016
MOETEN
Maar op vrijdagmorgen of in het weekend, als ik wel in de mogelijkheid ben om in die opkomende ochtendzon te gaan wandelen door de velden of langs de maas dan doe ik dat nooit. Typisch. 'Waarom eigenlijk niet?', heb ik mezelf al vaker afgevraagd.
Ik heb daar wel een antwoord op. Het is ook eigenlijk niet dat ik dat nooit doe. Op vrijdagmorgen wil ik dat nog wel eens doen. Maar als de lucht dan grijs is, dan heb ik er al minder zin in. Of ik verzin dan iets anders dat ik wil gaan doen: 'even lekker niks'. Of gewoon echt iets heel nuttigs: strijken of ramen wassen. Ja echt super nuttig. Not.
Zonder gekheid. Het antwoord dat ik mezelf heb bedacht is dat het het idee is van dat ik MOET gaan werken. Ik ben stiekem (nee, hoor dat is algemeen bekend) ontzéttend allergisch voor iets MOETEN. En als ik dan langs een mooi door opkomend zonlicht verlicht landschap rij, dan lonkt de vrijheid. Elke keer opnieuw.
Wat ik zou kunnen doen is dus op zaterdagmorgen gewoon de wekker zetten op 07:00 uur om dán die wandeling te gaan maken. Maar ik ben bang dat het dan een grijze ochtend is en ik voor Jan Doedel zo vroeg opsta. Dikke vette onzin natuurlijk, want de dag beginnen met een wandeling is altijd heerlijk. Maar toch lichtelijk teleurstellend als het dan niet is wat je ervan had verwacht.
Lees: grijze lucht in plaats van 'opkomende zon'-lucht.
Maarrrr, straks worden de dagen korter en begint de ochtend wat later. En kan ik dus 2 vliegen in 1 klap slaan: beetje uitslapen en tóch wandelen in het opkomende zonlicht! En als de dagen lang en droog zijn kan ik met de fiets naar het werk gaan. Dat voelt niet helemaal hetzelfde, maar komt aardig in de buurt.
Weg dilemma!
Alhoewel ik zeker weet dat het verlangen 's morgens in de auto langs de door de opkomende zon verlichte velden blijft... Want dat 'MOETEN' hè...
zondag 4 september 2016
De horror van het spelen van onbekende bordspelletjes
Nieuwe spelletjes spelen vind ik echt vreselijk. Tenminste, als ik zelf de spelregels moet lezen. Om de één of andere reden denk ik altijd veel te ver door waardoor ik iets wat ik me afvraag niet terug kan lezen in de spelregels en het spel met een beetje pech voor altijd verzauwd is. Als iemand het nieuwe spel al spelende uitlegt is het meteen al wat leuker. Maar vind bij elk spel dat je nieuw hebt maar eens zo iemand.
Iza & ik hebben net eerst het dobbelspel van Boonanza geprobeerd (ooit eens met Nico gedaan, dus niet helemaal nieuw, maar wel te lang geleden om nog te weten hoe het ook alweer ging) dus ik moest de spelregels helemaal doorlezen. Toen ik begreep wat de bedoeling was heb ik geconcludeerd dat het maar een saai spel is. Dus hebben we dat dobbelspel weer opgeruimd en La Isla Boonita gepakt want daarop stond (net als op het dobbelspel) dat het met 2 personen gespeeld kan worden. Doosje open, spelregels er uit: 'Dit spel kan alleen maar gespeeld worden i.c.m. het basisspel 'Boonanza'. Poep. Laten wij daar nu net de Duitse versie van hebben met Duitse spelregels dus èn al jaren niet meer gespeeld hebben. (Omdat dit spel ons ooit is uitgelegd en we dus wisten hoe het moest en dus dachten de spelregels niet (meer) nodig te hebben en spelletjes in Duitsland goedkoper zijn, hebben we het Duitse spel gekocht. Zo hebben wij ook 'Die Siedler von Catan' i.p.v. 'De Ridders van Catan').
Ook de spelregels van die 2 spelletjes heb ik doorgelezen. En toen moest ik concluderen dat dit spelletje op dat moment te ingewikkeld was (nog steeds in ern lichtelijk (haha) recalcitrante bui en geen zin om na te denken (en al helemaal niet in het Duits) en we beter een andere keer kunnen beginnen met gewoon Boonanza (of in ons geval 'Bohnanza') om er weer in te komen. Iza vond het gelukkig allemaal prima.
Supergrappig aan La isla Boonita zijn trouwens de namen van de eilanden waar je naar toe kunt varen (waarbij trouwens meerdere keren in de spelregels aan wordt gegeven dat het varen louter symbolisch is. Het handels- of piratenschip blijft gewoon voor de speler op tafel liggen. Om te gillen).
De naam van het spelletje alleen al! Verder heb je nog Boonstantinopel, Melboon, Boonos Aires, Thessabooniki en Lissaboon. Briljant!
Toen we alles op hadden geruimd (en gesorteerd want het is aan de achterkant van de kaarten natuurlijk niet duidelijk welke bonen bij het originele spel horen en welke bij de eilandversie) werd ik wel nog even nieuwsgierig wat dan precies de uitbreiding van Boonanza 'ôppe kous' heeft. Achterop staat: 'Dankzij deze uitbreiding kan Boonanza ook met drie tot en met zeven spelers gespeeld worden'. Huh?! En aan de zijkant van 'Bohnanza' staat dat het voor 3-5 spelers is. ('Spieler' dus in ons geval. Maar er staan 2 poppetjes op zittend aan een tafel waar '3-5' onder staat, dus 'spelers' of 'spieler' is in dit geval potatoe potatoe (puhteetoow puhtaatoow red.)).
Nondepie. Dan hadden Iza en ik dus gewoon samen meteen het basisspel kunnen doen! Alhoewel ik me herinner dat dat spel met 2 personen niet zo leuk is.
Én ik herinner me opeens dat ik het Bohnanza spel ooit eens heb verzauwd door me iets af te vragen wat niet uitgelegd stond in de spelregels. Ik heb nu alleen geen idee meer wat dat precies was...
donderdag 11 augustus 2016
Prietpraat 53
Vastelaovend
Evi neuriet een carnavalsliedje. Ik vraag of ze zin heeft in de vastelaovend. 'Jao', antwoordt Evi. Iza bemoeit zich er ook nog even mee: 'Ich heb pas weer zin in de vastelaovend as Patrick Duuvel wuuërd'.
Nep
Evi zegt dat we vanavond nep gaan barbecuën. Zonder spareribs.
Nabeschouwing
Evi komt me buiten vertellen dat de F1 bijna afgelopen is. 'Allein nog de veurbesjouwing', zegt ze. Ik leg uit dat de voorbeschouwing 'vóór' de race komt. 'Den bedoel ich de 'achterbesjouwing' antwoordt ze.
'De boere van de Hei'
Evi zingt midden in de zomer een vastelaovesliedje: 'Weej zien de boere, boere, boere van de Raod'
Koen Poeh
Evi leest een boekje van 'Koen Kampioen' en vraagt zich ineens af wie van de jongens op de kaft Koen is. 'Iza wet det', antwoord ik. Evi kijkt Iza vragend aan. 'Poeh', zegt Iza, en ze kijkt op de kaft. 'Neet 'Poeh'', zegt Evi, 'Koen'.
Grote mama
'Un grote meid bös-se', zeg ik tegen Evi als compliment als ze uit zichzelf iets heeft opgeruimd. 'Jèh!', antwoordt Evi, 'do ouch!'
Klein Zwitserland
Iza zegt tegen tante Yvonne: 'Mama zei det 'Klein Zwitserland' klein is voor wievuul geld desse mos betale....daoröm zal t KLEIN zwitserland heite'.
Man
Iza & Evi zijn aan het logeren bij tante Yvonne en ome Wim die een nieuw schilderij hebben. Er staan allemaal schilderingen op die betrekking hebben op Yvonne en Wim. Evi staat het schilderij te bekijken en zegt dat ze een kerk ziet. Iza zegt dat dat de kerk is waar ome Wim en tante Yvonne getrouwd zijn maar vraagt meteen erna: "Ziet geej eigelik getrouwd?"
Waarop tante Yvonne 'nee' antwoordt. Iza vraagt waarom niet. Tante Yvonne vertelt dat trouwen heel veel geld kan kosten. Waarop Evi meteen reageert en droog zegt: ' Nae, den gaon ich ouch noeits trouwe. En ouch det idderein den zuut des-se met diene meneer aan ut danse bös'.
Dikke benen
'Eej!', concludeert Evi in het zwembad als ze haar benen zit te bekijken, 'ich heb ouch un bietje worstebenen'. 'Ouch?!', vraag ik quasi onwetend, 'wae haet d'r den nog miër worstebenen'? 'Do', antwoordt Evi op logische toon.
Duuvelskermis
Er verschijnt een regenboog en Evi vraagt hoe dat kan. 'Den hebbe de Duuvelkes kermis', geef ik het antwoord dat wij vroeger ook altijd kregen. 'Jeeej! Den haet ome Wim kermis!', zegt Evi blij.
